Het opslaan van wijn

Wijn moet je vaak enigszins koel bewaren. De meeste wijnen moet je daarnaast binnen een jaar of twee drinken. Als de wijn echt jong is kan je hem gerust wat langer laten liggen. Maar tenzij het echt een dure fles wijn is hoef je wijn meestal niet te laten rusten. Daarnaast moet je ook bedenken of je echt een wijnliefhebber bent of alleen voor de gezelligheid een wijntje drinkt.

Een echte wijnkelder

Een goede wijnkelder is een investering voor de wijnliefhebber. Als je alleen voor de leuk af en toe een wijntje drinkt neem dan niet de moeite hierin te investeren. Er zijn prima andere plekken in huis voor de opslag van wijn, plekken die van nature koel genoeg zijn.

Gangbare plekken in huis voor wijnopslag

Niet elk huis heeft een kelder, maar als je dit wel hebt is dit de ideale plek voor de opslag van wijn. Deze ruimte is doorgaans donker en koel en leent zich zo dus prima voor wijnopslag. Heb je geen kelder? Niet getreurd, er zijn meer plekjes in huis om een paar flessen te stallen. Als je geen kelder hebt heb je misschien wel een kruipruimte, net als de kelder is deze altijd koel en donker. Ook geen kruipruimte? Dan kan je kiezen voor de meterkast of een gewone gangkast. Ook deze zijn vaak van constante temperatuur. Dit is namelijk wel belangrijk, hoe gek het ook klinkt, maar wijn houd van een constante temperatuur en van rust. Als je gangkast onder een trap ligt en deze veel doortrilt is dit dus misschien niet de beste plek.

Kurk of draaidop

De goedkopere wijnen hebben tegenwoordig vaak gewoon een draaidop en kan je dus prima staand bewaren, hoewel ook voor deze wijnen liggen niet slecht is. Als je fles wijn een kurk heeft is het wel aan te raden om deze lichtjes schuin naar beneden te leggen. De meeste wijnrekken zijn hiernaar ingericht. Een vochtige kurk zorgt er namelijk voor dat de fles goed afgesloten blijft. Als de kurk uitdroogt kan de wijn gaan oxideren. Flessen met kurk kun je vaak langer bewaren, als je fles een draaidop heeft is de wijn niet geschikt om lang te laten liggen.